Geschiedenis

Nederlandsch Hervormde Vereniging voor Evangelisatie

De geschiedenis van onze gemeente begint in 1918, toen de ‘Nederlandsch Hervormde (Gereformeerde) Vereniging voor Evangelisatie’ werd opgericht. De gemeente heette toen nog ‘Elim’ en kwam samen in een gymnastieklokaal aan de Jufferenwal in Zwolle. In 1964 werd deze evangelisatie onderdeel van de Hervormde Gemeente Zwolle, als hervormd-gereformeerde gemeente. De predikanten die achtereenvolgens hebben gediend en dienen zijn:

ds. W. L. Tukker
ds. L.J. Geluk
ds. J.J.W. Mouthaan
ds. K. van Meijeren
ds. J. Mulderij
ds. G.J. Codée
1964 – 1969
1972 – 1982
1982 – 1992
1993 – 2003
2004 – 2017
2019 – heden

In 1964 verhuisde de gemeente naar de Broerenkerk, waar ze bijna 20 jaar bij elkaar kwam voor de (zondagse) erediensten. In 1982 bleek de staat van het onderhoud van die kerk zo slecht, dat het gebouw niet langer bruikbaar was als wijkkerk. De gemeente verhuisde opnieuw, dit keer naar de Bethlehemsekerk. Na 16 jaar dit kerkgebouw in gebruik te hebben gehad, werd de kerk in 1998 verkocht en verhuisde de gemeente naar de Grote- of St. Michaëlskerk in het hart van Zwolle. Daar kwam de gemeente tot 2017 bij elkaar als ‘Grote Kerkgemeente’.

Jeruzalemkerk

Sinds 2017 houdt de gemeente haar diensten in de Jeruzalemkerk in de wijk Assendorp. Dit gebouw was altijd al eigendom van de Protestantse Gemeente Zwolle, maar is tijdens het project ‘Heilige Huisjes’ aan de gemeente toegewezen. De Jeruzalemkerk is sinds 1933 in gebruik en biedt plaats aan ongeveer 600-700 personen.

De Jeruzalemkerk was de eerste kerk van de toen Nederlands Hervormde gemeente buiten het stadscentrum van Zwolle. Door de sterke bevolkingstoename was de roep om extra zitplaatsen groot. Toch was het even spannend of de kerk er zou komen. Ook al zamelden bewoners van Assendorp eigenhandig 20.000 gulden in – allemaal in dubbeltjes en kwartjes zo gaat het verhaal – er was nog steeds te weinig geld. Het moest maar een houten kerk worden, veel goedkoper. Maar dat was de kerkelijke gemeente toch te min en uiteindelijk lukte het om genoeg financiering te krijgen voor een stenen kerk.

Op zaterdag 4 maart 1933 werd de Jeruzalemkerk in gebruik genomen. Daar ging een zekere geschiedenis aan vooraf. In het begin van de jaren dertig bestond hervormd Zwolle uit een breed palet van kleuren, van vrijzinnig tot orthodox met daar tussenin de Evangelische middengroep.

In de Zwolse kerkbode van 20 mei 1927 werd een oproep gedaan door ‘een belangstellende lezer’ om in Assendorp een kerk te bouwen. Dit werd beargumenteerd met ‘Assendorp is een grote wijk waar veel hervormden wonen, de afstand tot de binnenstadskerken is te groot, in de orthodoxe kerken is plaatsgebrek, de kerk moet naar de mensen toe, het gemeenteleven zal door een nieuwe kerk versterkt worden.’ In de brede kerkenraad wordt hierover uitvoerig gesproken. De orthodoxe predikanten zijn een voorstander van een nieuwe kerk, de vrijzinnige hebben grote aarzelingen en de evangelische predikant, ds. De Jonge, is gematigd voor. Verder wordt er vanuit de orthodoxe hoek de nadruk gelegd op het nut van gemeenschappelijke actie. De kerkvoogdij wordt door de kerkenraad geadviseerd een stuk land in Assendorp te reserveren. De eerste stap is gezet, er volgen de nodige hordes.

In 1928 begon de discussie of de hervormde gemeente Zwolle drie of vier kerken in de stad wilde hebben. De vrijzinnigen wilden er drie. Daarbij moest dan wel een binnenstadskerk worden afgestoten. De Broerenkerk kwam hiervoor het meest in aanmerking. Daarbij rees de vraag aan wie de kerk verkocht zou moeten worden. In ieder geval niet aan de ‘Roomschen’. De orthodoxen wilden vier kerken met als motto ‘Als de gereformeerden drie kerken kunnen vullen, dan wij wel vier.’ Uiteindelijk besluit de kerkenraad tot 4 kerken. Ook wordt aan de vrijzinnigen tegemoet gekomen. Bij een eventuele breuk krijgen zij het door hen ingebrachte kapitaal terug. De kosten voor een nieuwe kerk wordt geraamd op 100.000 gulden. Hiervan moet de helft worden opgehaald. In mei is er slechts 20.000 opgehaald. Dan volgt de discussie van doorgaan of stoppen? De voorzitter van de kerkvoogdij, Baron van Haersholte, dient zijn ontslag in. Ds. Van Noppen, een man van actie, wil onder geen beding stoppen. Hij steunt het voorstel van ouderling Van der Hoeven om dan een houten noodkerk te bouwen. Door velen wordt dit als minderwaardig gezien. De tweede inzamelingsactie in 1930 is schraal, slechts 1433 gulden. Ondanks dit magere resultaat wordt het plan voor een houten ‘buurtkerk’ voortgezet. De nieuwe voorzitter van de kerkvoogdij, mr. Wijt, is een voorstander van dit plan. Na ampel beraad wordt er een bouwcommissie benoemd onder leiding van de eerder genoemde ds. Van Noppen. Vanaf dat moment verlopen de contacten tussen kerkenraad en kerkvoogdij soepeler. Ds. Van Noppen ruikt zijn kans en pleit daarom opnieuw weer voor een stenen kerk. Het blijkt dat de kosten tussen een houten en stenen kerk elkaar niet veel ontlopen. Een voordeel voor de voorstanders van een stenen kerk is dat de burgerlijke gemeente een houten kerk te brandgevaarlijk vindt. Verder blijkt het financieel vermogen van de kerkvoogdij mee te vallen en lijkt ook een lening verantwoord.

Voor een eventueel te bouwen kerk wordt er eerst contact gelegd met architect Hoogevest in Amersfoort die daar een kerk heeft gebouwd die de commissie als voorbeeld ziet. De Zwolse architect Meijerink wordt gevraagd om als tweede architect te fungeren. In mei 1931 wordt besloten om een stenen kerk te bouwen. De rest van het jaar is er ruimte voor overleg met de architecten en wordt er gebrainstormd over het exterieur en het interieur van de nieuwe kerk. Het jaar 1932 wordt het jaar van de bouw van de kerk. De bouw werd gegund aan de laagste inschrijver, de firma Nijhuis uit Rijssen. De bouw van de kerk verliep voorspoedig en in goede en harmonieuze
verhoudingen werd er samengewerkt.

Wel werd er aan de aannemer uit Rijssen de voorwaarde gesteld om zoveel mogelijk Zwolse bouwvakkers in dienst te nemen.
Om de bouw kostendekkend te doen laten zijn, werd een 4% lening uitgezet. Uiteindelijk kon op 30 april 1932 de eerste steen worden gelegd.
De feestelijke ingebruikname van de kerk was op zaterdag 4 maart 1933. Rond de ingebruikname van de kerk speelde nog een opmerkelijk en typerend Zwolse kerkelijk incident zich af. De vrijzinnige predikant, ds. Horreüs de Haas en enkele van zijn medestanders waren niet aanwezig bij de inwijding. Zij wilden protesteren tegen de uitgestoken vlag met oranje wimpel. Als aanhangers van de SDAP waren zij geen voorstander van de monarchie en bleven om de vlag en wimpel weg. ‘Dit incident wordt op een volgende de kerkenraadsvergadering, ik zou haast willen zeggen op typisch Zwolse wijze gladgestreken’, aldus Henk Moerman. Zo doen we dat in Zwolle. ‘Een aanzienlijke gemeente met een eerlijke verdraag- zaamheid’ zoals de titel luidt van het boekje ‘Verkenningen in de Zwolse Hervormde Gemeente’.

Auteur: Wim van Ree (90 Jaar Jeruzalemkerk)